Home › Teckels
FCI groep 4

Teckels

De Teckel (Dachshund) is een uniek ras met een lang lichaam en korte poten. Beschikbaar in drie vachttypen en twee maten. Moedig en eigengereid.

Klein, lang, dapper — de teckels

De kleinste FCI-groep heeft maar zes officiële rassen, en allemaal heten ze hetzelfde: Teckel. Maar binnen die ene naam zitten drie vachtvarianten (langhaar, korthaar, ruwhaar) en twee maten (standaard en miniatuur) — en die combineren zich tot zes apart erkende rassen. Ondanks de minuscule groep is de Teckel een van de populairste rassen ter wereld. In Duitsland, hun thuisland, stond hij decennialang in de top drie.

De gestrekte vorm en korte poten zijn geen schoonheidsmerk maar een werkfunctie. De Teckel werd gefokt voor de jacht in dassenholen — vandaar de Duitse naam Dachshund: dassenhond. Hij moest klein genoeg zijn om de gang in te kruipen, lang genoeg om vooruit én achteruit te bewegen in een nauwe tunnel, en moedig genoeg om een das van twintig kilo aan te durven.

Van jachthond tot symbool

Teckels worden al sinds de 15e eeuw in Duitsland gefokt. De korthaar variant is de oudste; de langhaar ontstond door kruising met spaniels, de ruwhaar door inkruising met terriërs. Pas in 1888 werd de Deutscher Teckelklub opgericht en raakten de drie vachttypen officieel vastgelegd.

De Teckel werd in de 20e eeuw een onverwacht cultuurpictogram. Op de Olympische Spelen van 1972 in München was hij de eerste officiële Olympische mascotte. Schilders als Picasso en Andy Warhol hadden er een. Tijdens beide wereldoorlogen zakte de populariteit door associatie met Duitsland — om daarna stap voor stap weer terug te komen.

De rugkant van de Teckel

Het belangrijkste wat je moet weten als Teckel-eigenaar: bescherm zijn rug. De combinatie van een lange wervelkolom en korte poten maakt deze hond extreem vatbaar voor intervertebrale schijfhernia (IVDD) — een aandoening die binnen uren tot verlamming kan leiden. Onderzoek wijst uit dat één op de vier Teckels in zijn leven een vorm van rugproblemen ontwikkelt. Maatregelen die het risico verkleinen: geen trappen, niet van banken of bedden springen, gebruik van loopplankjes en autogordel, een orthopedische mand en — vooral — geen extra kilo's. Een Teckel hoort zijn taille te tonen.

Karakter: de Teckel is een complete persoonlijkheid. Slim, koppig, eigenwijs, dapper en vaak lawaaierig. Hij blaft snel en luid, vermoedt vreemden van boosheid en is loyaal tot in de bot. Goed gesocialiseerd is het een uitstekende huishond — let alleen op met heel kleine kinderen, want zijn rug verdraagt geen ruw spel. Stevig zitten op zijn achterhand of optillen aan de buik moet hij echt niet meemaken.

Beweging: een volwassen standaard Teckel heeft 45–60 minuten beweging per dag nodig, in twee of drie wandelingen verdeeld. Geen extreme inspanning, geen springen op hoogte. Mentaal blinkt deze hond uit in zoekspelletjes en geur-werk — hij is van origine een ondergrondse jachthond en houdt van neuswerk. Voer aan twee maaltijden per dag, in een afgemeten portie; een Teckel die de kans krijgt eet zichzelf in een week dik.

De zes Teckel-varianten

Standaard Korthaar, Langhaar en Ruwhaar wegen 7–9 kg en hebben een borstomvang vanaf 35 cm. De miniatuur-varianten — korthaar, langhaar en ruwhaar — blijven onder de 5 kg en hebben een borstomvang van 30–35 cm. In Duitsland erkent men ook nog een derde maat (Kaninchen of "konijnen-teckel") tot 30 cm borstomvang, oorspronkelijk gefokt voor het werk in konijnenholen — die telt in de FCI echter niet als apart ras.

De karaktervariatie tussen de drie vachttypes is meer dan alleen vacht: de korthaar geldt als de meest typische teckel, de langhaar wordt gezien als zachter en gemoedelijker (door spaniel-kruising in zijn afkomst), en de ruwhaar staat bekend als de meest terriër-achtige — ondernemend, levendig en assertief.

Alle rassen in groep 4 — alfabetisch (6 rassen)

Korthaar Teckel Duitsland Langharige Teckel Duitsland Miniatuur Korthaar Teckel Duitsland Miniatuur Langharige Teckel Duitsland Miniatuur Ruwharige Teckel Duitsland Ruwharige Teckel Duitsland