Apporteer-, spaniël- en waterhonden
Drie van de populairste hondenrassen ter wereld zitten in deze relatief kleine groep van 23 rassen: Labrador Retriever, Golden Retriever en Engelse Cocker Spaniel. Niet toevallig zijn dit ook de rassen die je het vaakst tegenkomt als gezinshond. Vriendelijk, leergierig, met een zachte mond en een aangeboren wil om te plezieren — deze combinatie maakte hen wereldwijd geliefd.
De groep splitst in drie subtypes: retrievers (apporteurs van geschoten wild, vooral gevogelte), spaniels (vooral kleine watervogel-jagers) en waterhonden (gespecialiseerd in werk in water, zoals visnetten ophalen). Allemaal hebben ze gemeen dat ze graag in water zijn, een waterafstotende vacht hebben en gefokt zijn om dood wild voorzichtig terug te brengen zonder erop te bijten.
Een geschiedenis van het water
De Labrador stamt niet uit Labrador, maar uit Newfoundland — vissers gebruikten de "St. John's Water Dog" om in ijskoud water netten op te halen en ontsnapte vissen terug te halen. Engelse aristocraten ontdekten de hond rond 1820 en ontwikkelden hem door tot de Labrador Retriever zoals we hem nu kennen. De Golden Retriever werd in Schotland gefokt door Lord Tweedmouth in de jaren 1860, gericht op het apporteren in vochtige Schotse landgoederen.
Spaniels zijn veel ouder en gaan terug op honden die al voor de Romeinse tijd in Spanje en het Middellandse Zeegebied werden gehouden. De Engelse Cocker, de Springer en de Sussex Spaniel ontstonden in de 19e eeuw door Britse fokkers die jachthonden ontwikkelden voor specifieke wildsoorten. Waterhonden — Portugese Waterhond, Spaanse Waterhond, Lagotto Romagnolo (de truffelhond) — komen uit landen rond de Middellandse Zee.
Waarom zijn ze zo populair?
De Retriever-temperament is misschien wel het ideaalste karakter dat we ooit in een hond gefokt hebben. Vriendelijk tegenover iedereen, tolerant naar kinderen, makkelijk te trainen, sociaal met andere honden, gevoelig voor stemming en altijd bereid om mee te doen. Geen wonder dat dit de standaardkeuze is voor blindengeleidehonden, hulphonden en speurhonden bij politie en douane.
Maar er zit een keerzijde: deze honden hebben veel beweging nodig (1,5–2 uur per dag), zijn berucht voor overgewicht (Labrador heeft zelfs een gen-mutatie waardoor hij geen verzadiging voelt), en ze haren stevig. De vacht vraagt wekelijks borstelen. En spaniels-met-hangoren zijn extra gevoelig voor oorinfecties — wekelijks controleren is geen overbodige luxe.
De wereldwijd bekende rassen
De Labrador Retriever is al decennia het populairste ras in de meeste westerse landen. De Golden Retriever volgt op de hielen. De Engelse Cocker Spaniel is de gezinsfavoriet bij wie wat minder hond wil; de Nederlandse Kooikerhondje is een nationaal trotsras dat eeuwenlang als eendenkooi-helper werd ingezet.