Erfelijke aandoeningen en aandachtspunten
De Australian Terrier geldt onder dierenartsen als een sterk ras met een goede levensverwachting. Diabetes mellitus is een bekende aandoening bij dit ras, vaker voorkomend dan bij de meeste andere rassen. Vroege herkenning via bloedsuikercontroles en aanpassing van de voeding zijn essentieel. Patellaluxatie (luxerende knieschijf) komt voor bij kleine terriers. Legg-Calvé-Perthes is een heupkopziekte die bij kleine rassen kan optreden. Schildklierproblemen en allergieën zijn ook bekende aandoeningen. De gemiddelde levensverwachting van de Australian Terrier bedraagt 11 tot 15 jaar. Met een actief leven, regelmatige veterinaire controles en aandacht voor zijn bloedsuikerspiegel bij tekenen van diabetes blijft hij lang vitaal. Koop bij fokkers die screenen op patellaluxatie en hereditaire aandoeningen.
Wat eet een Australische Terriër?
De Australian Terrier heeft een gezonde eetlust voor zijn formaat en heeft voeding nodig die past bij kleine, actieve rassen. Kies voor hoogwaardige droogvoeding of natvoeding met een dierlijk eiwit als eerste ingrediënt en kleine, goed verteerbare korrels passend bij zijn kleine bek. Gezien zijn aanleg voor diabetes is het verstandig om voeding met een laag glycemische index te kiezen en suikerrijke traktaties en beloningen te vermijden. Geef twee kleine maaltijden per dag op vaste tijden. Houd zijn gewicht in de gaten: overgewicht verhoogt het risico op diabetes en belast zijn kleine gewrichten. Verse groenten als aanvulling zijn prima, maar uien, knoflook en druiven zijn giftig. Altijd vers drinkwater beschikbaar stellen.
Vacht, wandelen en verzorgingsritme
De Australian Terrier heeft een ruwe, draadhaarige deklaag van ongeveer 5 tot 6 centimeter lang, met een zachte ondervacht. De vacht verhaart nauwelijks en vraagt twee tot drie keer per week borstelen om klitten te voorkomen. Gebruik een stevige borstel en een metalen kam voor de ruwe buitenlaag. De vacht moet twee keer per jaar worden gestripped om de juiste textuur en kleur te behouden. Voor huishonden die niet op de show worden gezet, is trimmen met een schaar of tondeuse ook mogelijk, maar dat geeft een zachtere vacht. Een professionele trimsalon bezoek je elke drie tot vier maanden. Baden is voldoende eens per vier tot zes weken met een milde shampoo. Oren controleer je wekelijks. Nagels knippen elke drie tot vier weken. Tandenpoetsen minstens twee tot drie keer per week: kleine rassen zijn vatbaar voor tandsteenopbouw. De Australian Terrier heeft dagelijks een uur beweging nodig: wandelingen en actieve speelsessies zijn ideaal.
Australische Terriër — temperament en gedrag
De Australian Terrier is alert, levendig en bijzonder zelfverzekerd voor zijn formaat. Hij is nieuwsgierig, toegankelijk en houdt ervan mee te doen met alles wat zijn gezin onderneemt. Hij is loyaal en gehecht aan zijn mensen, maar bezit ook de typische terrier-onafhankelijkheid: hij denkt graag zelf na en neemt zijn eigen beslissingen. Zijn alertheid maakt hem een goede waakhond: hij meldt onbekende bezoekers en geluiden onmiddellijk. Zijn blaffen kan aan de vrijpostige kant zijn als hij hierin niet vroeg wordt bijgestuurd. Training werkt het best met positieve bekrachtiging en korte, afwisselende sessies. Hij leert snel maar raakt ook snel verveeld bij eentonige oefeningen. Met kinderen die rustig en respectvol met hem omgaan gaat hij uitstekend. Zijn kleine formaat maakt hem kwetsbaar bij ruw spel. Met andere honden is hij doorgaans sociaal, maar zijn terrier-dominantie kan leiden tot wrijving met andere koppige kleine honden. Zijn jachtinstinct is aanwezig: kleine knaagdieren en katten zijn niet altijd veilig bij hem.





